Voordat er in het kraamhok weer een nieuwe zeug komt, wordt het hok schoongespoten en ontsmet en wordt de zeug ook gewassen en ontsmet.

Een zeug is drie maanden, drie weken en drie dagen (115 dagen) drachtig. Een week voor de verwachte geboorte van de biggen brengen we haar naar de kraamstal. Deze heeft speciale kraamhokken. In het kraamhok heeft de zeug een box om te voorkomen dat ze op de biggetjes gaat liggen. De biggen hebben in het kraamhok een eigen biggennest en er zijn zachte matjes waarop de biggen kunnen liggen. Aan de box hangt een jutte zak waar de zuig haar nestdrang mee kan bevredigen. Zijn de biggetjes geboren dan krijgen zij deze jutte zak met de geur vd moeder erin waardoor de biggetjes een lekker veilig voelend nestje tot hun beschikking hebben. Ook hangen er speciale verwarmingslampen om de biggetjes warm te houden. De vloer van het biggennest bestaat uit zacht kunststof.

De biggen van een zeug die tegelijk geboren zijn, worden een toom genoemd. De geboorte, van meestal 14 tot 20 biggen, duurt, met tussenpozen van ongeveer een kwartier, gemiddeld vier uur. Elke big kruipt na de geboorte direct naar één van de 18 tepels van de zeug om melk te drinken. Er worden evenveel mannetjesbiggen (beren) als vrouwtjesbiggen (zeugen) geboren. De eerste paar dagen houden de biggen een gevecht om de tepels. De voorste tepels geven de meeste melk. Die zijn dus het meest in trek. Na een paar dagen is de rangorde bepaald. Iedere big heeft dan zijn of haar eigen plek. De grootste en sterkste biggen bezetten de voorste tepels die de meeste melk geven. De kleinste biggen moeten het doen met de achterste tepels. Leveren de achterste spenen niet genoeg melk, dan geven wij de biggetjes in een speciale kom lekkere ‘varkensyohert’ bij.

Drachtige (zwangere) zeugen en zeugen met biggen produceren veel lichaamswarmte. Om die kwijt te kunnen is de vloer onder de zeug niet verwarmd. Tijdens het zogen van de biggen ligt de zeug op haar zij. Om ook de onderste rij spenen goed toegankelijk te maken voor de biggen, ligt de zeug soms op een verhoging van enkele centimeters. Het is in de kraamstal  lekker warm (25º C)

Als de biggen 25 dagen oud zijn, hebben ze geen moedermelk meer nodig en mogen de biggen naar een ruimte zonder de moeder. We noemen ze dan gespeende biggen. De moeder gaat dan weer naar de groep en wordt weer bevrucht. Een zeug kan ruim 2 keer per jaar drachtig zijn.